Het lichaam als verhalenboek...

Soms denk ik wel eens dat het lichaam een boek is vol onvertelde verhalen. Er gebeurt iets in ons leven, we weten niet hoe er mee om te gaan en dan wordt het verhaal geparkeerd. Situaties van nu kunnen we soms wel mee dealen, maar vaker nog wordt dat op slimme wijze door ons hoofd geanalyseerd, gerelativeerd, gebagatelliseerd, en uiteindelijk geparkeerd.


Veel situaties in het nu raken aan iets van ooit.

Iets wat ooit gebeurde en waar we toen niet mee wisten om te gaan. Vooral de kindertijd is een periode waarin we volledig afhankelijk waren en om maar de liefde en aandacht te krijgen die we nodig waren, zijn we veel patronen gaan ontwikkelen. Patronen? Ja, dat je bepaalde gedragingen nu nog steeds doet, waarvan je óóit dacht dat het slim was. Alleen, nu is het niet meer zo werkzaam, sterker nog, het werkt tegen je!


Hoe zit dat dan? stel ik ben een kind en er gebeurt iets:

- Ik voel me naar en er is geen troost.

- Ik doe heel goed mijn best en toch gaat het niet goed genoeg.

- Ik verlies iets moois en er is geen begrip voor.

- Of ik word gepest en ik ga toch denken dat het aan mij ligt.

- Of nog erger: er overlijdt een dierbare en er is te weinig aandacht voor het kind.


Het is niet zo dat dit soort dingen bij slechte ouders gebeuren, het overkomt ons allemaal. Ouders zijn namelijk ook maar gewoon mensen, hoe goed ze het ook proberen te doen.


Het kind raakt ervan overtuigt dat het zichzelf ligt

Wat er bij het kind van ooit gebeurt is, dat het door wat het meemaakte, iets is gaan geloven over zichzelf en de ander, over zichzelf en de buitenwereld. Het raakt overtuigt dat het aan het kind zelf ligt en gaat proberen dat in het vervolg anders te doen. Ineens is het gevoel van: ‘ik ben goed zoals ik ben’ veranderd in ‘als ik maar heel goed mijn best doe, dan…’ of ‘als ik maar ja zeg, vinden ze me wel aardig’ of zelfs ‘als ik maar braaf ben, komt papa misschien wel terug’.


Deze overtuigingen sturen ons aan.

Dagelijks. In ons werk, in ons privéleven. Het zijn aanjagers: zodra er iets in het nu lijkt op iets van ooit, wordt de opgeslagen ervaring ineens actueel. We hebben het niet door.


Maar ineens is ‘nee zeggen’ of ‘kritiek krijgen’ of ‘een relatiebreuk’ niet meer zo onbeladen als het zou mogen. Ineens vinden we het weer spannend, want de lading van óóit, die er nog omheen hing, is geactiveerd. En dat doet iets met ons als volwassene. Ineens geloven we de overtuiging weer.


Onderscheid maken als volwassene.

Kunnen we de overtuiging, of dát wat we spontaan weer zijn gaan geloven, woorden geven, dan is er de kans groot dat we ontdekken dat het tóén misschien zo voelde, maar dat het in het hier en nu heel anders is. We kunnen onderscheid maken tussen de situatie van ooit en de situatie van nu.


Ons Hoofd probeert ons te behoeden voor zelfde soort situaties als ooit, vooral voor situaties van ooit die ons pijn hebben gedaan. Hoofd probeert te redderen wat er te redderen valt: ‘doe nu maar gewoon wat ze vragen’, ‘jij ook altijd’, ‘pas je maar eens aan’, ‘blijf nu maar bij deze partner want …’ om zo ‘eventuele’ schade zoveel mogelijk te beperken. Hoofd heeft inmiddels al veel ervaring om ons binnen de lijntjes te houden: doe dit maar wél, want dan krijg je een koekje (goedkeuring, bevestiging) en doe dat maar niet, want daarmee vermijd je de kans op straf.


De lading die aan het voorval van ooit gekoppeld is, wordt afgescheiden.

Het is té groot, te pijnlijk en wordt geparkeerd. Iets van ons wordt afgesplitst, we maken het perifeer, buiten ons, zodat we verder kunnen. En het is precies dat, waar we in ons volwassen leven zo tegen aan lopen!


Er wonen afgescheiden delen in ons lichaam, waarvan we soms wel het vermoeden hebben dat ze er zijn, en af en toe lijken we er weer even helemaal in te zitten: we vallen samen met dat deel van ooit.

Het voelt weer net als ooit, met datzelfde nare gevoel in de buik, of diezelfde stress-uiting, of diezelfde pijn in rug, nek, benen, hoofd… alsof we even weer terug zijn in de tijd. We zien ineens de wereld weer vanuit het perspectief van ooit en we gedragen ons daarna.


En zo bepaalt Hoofd wat en wie we zijn. En doen. En laten.


Doorzien dat je in het nu getriggerd bent..

Als er in het nu iets gebeurt waardoor je geraakt wordt, meer geraakt eigenlijk dan de situatie ‘verdient’ dan weet je dat je getriggerd bent in iets van ooit. Alles waar je boos/bang/bedroefd over wordt en wat eigenlijk te klein is voor zo’n reactie is, is een geloof van ooit, een overtuiging in actie.


Het lichaam weet..

Door meer contact te maken met je lichaam, kun je voelen wat er in je leeft. Aan onaffe situaties van ooit, aan onvertelde verhalen. Waar Hoofd het heeft geanalyseerd, gebagatelliseerd, gerelativeerd en uiteindelijk geparkeerd, kun je via het Lichaam opnieuw verbinding maken met afgescheiden delen.


Hoofd kan nooit bedenken wat Lijf je heeft te vertellen!

Echt niet! Hoofd was alleen maar bezig met overleven: doe dit wel, doe dat vooral niet.


Het lichaam leeft in het hier en nu. Heeft geen ‘weet’ van onaffe situaties van ooit, maar vertelt wel verhalen over emoties die in het lichaam leven en wonen. En die vertellen en vertalen over wat het lichaam bezwaart.

De kunst is om het lichaam te volgen, het te helpen woorden geven, zodat we er opnieuw verbinding mee kunnen maken.


Er was nooit afgescheidenheid!

Om zo te ervaren dat er nooit iets weg was, nooit iets kapot was en nooit iets afgescheiden was. Om vanuit verbinding te voelen dat we heel zijn, compleet zijn. Inclusief pijnlijke delen die ons ooit wegjoegen uit ons zelf.


De weg van het lichaam gaat waar het lichaam ons toont. Het is een reis door een magisch verhalenboek van onvertelde verhalen.


Het leidt ons tot onszelf, heel, compleet en vrij!